De bul als entreebewijs. Tijdens de studententijd spiegelt men zich aan elkaar. Men is gewend samen op te trekken van tentamen naar tentamen, van examen naar examen. En uiteindelijk studeren de meesten zo ongeveer in dezelfde periode af.

loi

Met de bul in de hand start men vervolgens enthousiast met het aanvalsplan op de arbeidsmarkt. Velen koesteren de parate kennis van de zojuist afgesloten studie, in de veronderstelling dat deze bij de komende sollicitaties goed van pas zal komen. Maar tot hun verbijstering merken zij dat het de wervers en selecteurs hier nauwelijks om gaat. Solliciteren houdt dus kennelijk niet in het voor de tweede maal afleggen van reeds behaalde doctoraalexamens. De bul blijkt louter te zijn het entreebewijs voor de zalen waar deze talentenjagers de pittige audities laten plaatsvinden.

Een baan zoeken in de burgermaatschappij is in het algemeen een moeizame maar vooral ook eenzame bezigheid. Na de veelheid van sollicitatie afwijzingen raakt men nogal eens moe gestreden en murw. Sommigen gaan zelfs ernstig twijfelen aan zichzelf.

Manco’s

Manco’s

Al zoekend naar verklaringen van deze deconfitures, wordt terecht alom gewezen naar de huidige slappe arbeidsmarkt. Maar ook dragen de volgende – vaak met elkaar onderling samenhangende – manco’s aanzienlijk bij tot kans armoede op de arbeidsmarkt.

  1. Onvoldoende zelfkennis (niet weten wat men kan) en onvoldoende onderkenning van eigen ambitie (niet weten wat men wil).
    2.       Onvoldoende bekendheid met de meervoudigheid van wegen waarlangs men banen kan opsporen. (Niet weten waar).
    3.       Onvoldoende vaardigheid zich op overtuigende wijze – zowel schriftelijk als mondeling – te presenteren aan potentiële werkgevers. (Niet weten hoe).
    4.       Onvoldoende bekendheid met – veelal ongeschreven – selectiecriteria en onderhandelingsgewoonten van potentiële werkgevers. (Niet weten waarom).

Dit levert het wrange gevolg op dat menig jong academicus op verkeerde wijze de verkeerde signalen overbrengt naar verkeerd gekozen werkgevers.

eerste juk

Een eerste juk

Ook kunnen deze onvolkomenheden ertoe bijdragen dat de afgestudeerde onbewust een eerste baan aanvaardt die nauwelijks past bij eigen capaciteiten en ambitie.

Het valt te hopen dat zo iemand gaandeweg – na schade en schande – wijs wordt en tot inzicht komt welke soort functies en branches eigenlijk beter passen, en dus in alle realisme besluit tot een ommezwaai. In dat geval zal men de zoekactie naar een nieuwe baan zorgvuldig moeten afstemmen op de gekozen nieuwe richting.

Echter, menigeen zal snel ontmoedigd raken bij pogingen tot realisatie van deze ommezwaai. Sollicitaties in de nieuw gekozen richting lopen veelal spaak aangezien men te dikwijls wordt gestigmatiseerd door de aard van werkzaamheden die men tot dusver had uitgeoefend. Men kan immers niet een arbeidsverleden aantonen dat maar enigszins aansluit bij de nieuwe richting. Ofwel, het lukt maar niet om zich te ontdoen van het oude – indertijd verkeerd gekozen – juk.

Aldus kan het aureool van de verkeerd gekozen eerste baan de pogingen tot het verwezenlijken van een opnieuw gekozen andersoortige, doch meer passende, loopbaan behoorlijk in de weg staan.

En zo kan het gebeuren: wederom een lange zoektijd, nu voor de tweede baan.

Loopbaan mars route

Loopbaan mars route

Het voorgaande toont aan hoe belangrijk de oriëntatie voor de eerste baan is, met het oog op de verdere carrière. Immers, alvorens men zichzelf adequaat kan lanceren, behoort men goed op de hoogte te zijn van de eigen capaciteiten. Bovendien dient men van zichzelf goed te weten welke soort banen men ambieert. Pas als men weet waar ambitie en capaciteiten congrueren, kan men een persoonlijke loopbaan mars route uitstippelen.

Vervolgens zal – iedereen voor zich – een gerichte zoekactie moeten starten, een campagne moeten opzetten om zichzelf overtuigend te presenteren en om tenslotte na een keihard selectieproces een eerste werkkring te kunnen veroveren. Niet zomaar het eerste en beste baantje, maar een werkkring waarin men zich qua capaciteiten, vaardigheden en bekwaamheden verder kan ontplooien en waar men tevens warm voor loopt. Kortom, een baan met een hoog ‘voldoeningsgehalte’ die moet passen in een beoogde loopbaan.

In de colleges en andere voordrachten aan studenten behandelen wij dan ook uitvoerig de vier hoofdfasen van het gehele loopbaanverwervingsproces, te weten de inventarisatiefase, de opsporingsfase, de profileringsfase en de aanstellingsfase. Vier hoofdfasen die overigens in grote mate interactief zijn met elkaar.

Volgorde

Nog maar al te vaak valt helaas te constateren dat afstuderenden hun zoekactie primair richten op de ideale werkgever (liefst uit de Top Tien Nederlandse ondernemingen), waarbij het soort baan en de branche er voor hen kennelijk minder toe doen. Zij zouden zich echter een hoop moeite en kwelling kunnen besparen door zich allereerst te richten op het profiel van de aantrekkelijke soort baan, daarna op een aantrekkelijke branche en tenslotte op een aantrekkelijke werkgever. In die logische volgorde en liever niet andersom, wil men de eerdergenoemde valse start zoveel mogelijk vermijden.